hoed
Website van Ben te Raa
Wat mij zoal interesseert
Foto's en verhalen van ver en dichtbij





Scheepswrak_Paradijsvogelweg

Op de achtergrond de bebouwing van Oosterwold.



Scheepswrak Paradijsvogelweg


In een weide tussen de A27 en de Paradijsvogelweg in Almere ligt het wrak van een schip. Het is in de tweede helft van de zestiende eeuw verloren vergaan.


Gebouwd tweede helft 16e eeuw
Vergaan tweede helft 16e eeuw
Ontdekt 1978
Onderzoek 1978, 1980, 2003, 2014
Afmetingen 17,5 bij 6 meter
Afgedekt in 1980
Ingekuild in 2014
Status beschermd
Rijksmonumentnummer 528012

Het scheepswrak is ontdekt in 1978. Bij de gebruikelijke veldverkenning blijkt dat de bovenste delen van het wrak tot aan het maaiveld reiken. Het is beschadigd door landbouwmachines. Qua type veronderstelt men dat het zeer waarschijnlijk om een karveel gebouwd visserschip gaat.

Aan de hand van de grondlagen waarin het wrak ligt wordt het vergaan van het schip in de 16e eeuw geplaatst. Met behulp van jaarringonderzoek is vastgesteld dat het hout is gekapt in de periode 1543 tot 1555 (velddatum 1549, +/-6).

Het schip is vrijwel rechtstandig gezonken. De afmetingen bedragen negentien bij zes meter (de lengte wordt in het onderzoek van 2014 bijgesteld naar 17,5 meter).

Bij de veldverkenning (uitgevoerd met boringen en proefsleuven) zijn zowel voor als achter de bun keien aangetroffen (verzwaring met keien is gebruikelijk om het schip uit te balanceren in het water). Of het schip een lading vis vervoerde kon niet worden vastgesteld.

In 1980 wordt opnieuw onderzoek uitgevoerd (met proefsleuven en daarbij blijkt dat de bovenste delen van het schip zijn aangetast door uitdroging. De beste maatregel daartegen, zo weet men intussen, is het inpakken van het wrak in plastic, om het hout nat te houden. Zo ver is het, in verband met de voorgenomen opgraving, nooit gekomen. De opgraving is nooit uitgevoerd. Men besluit een beschermende grondlaag van één meter aan te brengen, bovenop het wrak.

In 2003 wordt het wrak opnieuw onderzocht. De onderzoekers beschikken over betere technieken om de kwaliteit van het hout van het vergane schip vast te stellen. Er wordt een put uitgegraven tot op het diepst liggende hout. Het blijkt dat bacteriën en een softrotschimmel het hout aantasten. De schimmel is agressief en kan op termijn zorgen voor het volledig vergaan van het schip. Men constateert dat bacterie en schimmel al vanaf het begin (drooglegging van Zuidelijk Flevoland) actief zijn in het hout.

Het onderzoek in 2014 is gericht op de conservering van het wrak op de plek waar het nu ligt. De ligging en de afmetingen worden bepaald. Uit het onderzoek is niet gebleken of het hout verder is verslechterd na het aanbrengen van de grondlaag in 1980.
Er worden 23 boringen verricht en er wordt gekeken naar de ondergrondse watercondities.

In het vervolg op het onderzoek is een plastic scherm rond het wrak getrokken. Deze inkuiling moet er voor zorgen dat de grondwaterstand hoog blijft en het regenwater langer wordt vastgehouden. Water betekent dat zuurstof vrijwel ontbreekt. Dat is ongunstig voor de bacteriën en schimmels die het hout aantasten.

Dit artikel is gebaseerd op 'Scheepswrak Paradijsvogelweg, onderzoek naar de degradatie in het kader van de fysieke bescherming van een zestiende-eeuws visserschip aan de Paradijsvogelweg te Almere, kavel GZ80, wrak 75, J.W. de Kort, D.J. Huisman en B.P. Speleers, Rapportage Archeologische Monumentenzorg 231, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, 2016.


Het wrak ligt op een landbouwakker. In een contract uit 1988 is vastgelegd wat landbouwkundig wel en niet kan; zo mag het perceel alleen als weidegrond worden gebruikt.