hoed
Website van Ben te Raa
Wat mij zoal interesseert
Foto's en verhalen van ver en dichtbij





darwin

De vijf weken durende route van HMS Beagle langs de eilanden van de Galapagos-archipel



Hoe Darwin de evolutietheorie ontdekt


Darwin komt halverwege september 1835 aan op de Galapagos. Als hij na vijf weken vertrekt is de evolutietheorie nog niet klaar.


Darwin was een enigszins doelloze jongeman toen hij in 1831 voor de wereldreis met de HMS Beagle vertrok. Hij had in zijn studie belangstelling voor de natuur en voor de geologie laten blijken. Van zijn latere wetenschappelijke carrière lag nog niets in het verschiet.

Grote vernieuwende ideeën had hij evenmin: Darwin vertrok zonder twijfel aan het scheppingsverhaal. De bijbel verklaart het ontstaan van de wereld en al het aardse leven door een eenmalige goddelijke ingreep en nog wat (eveneens goddelijke) natuurrampen nadien.

Helemaal zonder kritiek was die opvatting niet in de tijd van Darwin. Op zijn reis beschikte hij over het pas verschenen 'Principles of Geology' van Charles Lyell. De geoloog Lyell beschrijft het ontstaan van de aardkorst als een veranderingsproces. Dat Darwin meteen een bijgewerkte herdruk na verschijning naar de Beagle liet opsturen, geeft wel aan hoezeer Lyells theorie hem interesseerde.

In Zuid Amerika deed Darwin waarnemingen die verklaard werden door de theorie van Lyell. Hij vond fossiele afdrukken van zeedieren op vier kilometer boven zeeniveau. Al verder reizend zag hij in Chili ander bewijs van veranderingen in de aardkorst toen bij een krachtige aardbeving de bodem omhoog en omlaag ging.

De aardkorst was dus niet in één keer geschapen maar was een gevolg van het op en neer gaan van delen in de aardkorst. De geologische waarnemingen brachten bij hem vaststaande opvattingen aan het schuiven en daarmee ontstond bij Darwin blijkbaar ook een bodem voor twijfel aan andere onderdelen van het scheppingsverhaal.

Achteraf is het verleidelijk te denken dat 'het kwartje wel moest vallen op de Galapagos'. Maar zo ging het niet.

Zijn reis heeft hij beschreven in 'De reis van de Beagle' dat in 1839 verscheen. In het deel over de Galapagos maakt hij melding van Spanjaarden 'die zeggen dat ze schildpadsoorten op de verschillende eilanden kon herkennen aan hun vorm'. Over de marine iguana: 'de vorm van de bek is te vergelijken met die van de schildpad. Men komt in de verleiding te veronderstellen dat dit een aanpassing is aan hun voorkeur voor plantaardig voedsel'.

Bij de vinken zag hij hoe hun snavel verschilde in vorm, dat was blijkbaar afhankelijk van het eiland waarop ze leefden. Aan het einde van het hoofdstuk over de Galapagos betreurt hij het dat hij niet meer specimen van verschillende eilanden heeft verzamelt. Het is duidelijk: als verscheidene eilanden elk een eigen soort van dezelfde genera bezitten, zullen ze, wanneer men ze met elkaar vergelijkt, heel uiteenlopende kenmerken vertonen.

Nadat de Beagle Kaap Goede Hoop had gerond en de Atlantische oceaan opvoer voor het laatste deel van haar reis, is waarschijnlijk de eerste aantekening ontstaan die hint naar de evolutietheorie. Darwin maakt daarin melding van verschillen tussen mockingbirds. En hij refereert nog eens aan de opmerking van de Spanjaarden die aan de vorm van de landschildpadden kunnen zien van wel eiland ze komen. 'Dit vraagt om nader onderzoek', concludeert hij, 'want dergelijke feiten zijn strijdig met de veronderstelde stabiliteit van soorten'.

Uit zijn reisverslag, zijn brieven en aantekeningen blijkt het bezoek aan de Galapagos dus bepaald geen 'eureka' te hebben opgeleverd. Zelf heeft Darwin aangegeven dat hij in juli 1837 is beginnen te werken aan een evolutietheorie. Er was nog veel denkwerk en onderzoek (ook door anderen) nodig. Zoals bijvoorbeeld aan de beroemde vinken. Darwin zou echter in Engeland ontdekken dat hij zijn vinken onvoldoende had gedocumenteerd. Hij wist niet meer welke exemplaren van welk eiland kwam.

Hij moest terugvallen op de collecties van twee andere reizigers op de Beagle. Toch zijn de vinken halverwege de 20e eeuw naar hem vernoemd, en heten dus nu 'Darwinvinken'.

De sterrenstatus van deze vogels wordt anno nu aanschouwelijk getoond in een museum in de hoofdstad van de archipel, Puerto Baquerizo Morena op San Christóbal. Het zal wel geen toeval zijn dat het museum in deze nog streng katholiek omgeving 'Visitor Interpretation Centre' wordt genoemd. Maar de vinkjes laten er niet minder de ontwikkeling van hun snavel (hun belangrijkste gereedschap) zien, waarvan de vorm afhankelijk blijkt te zijn van de aard van het voedsel dat ze eten: zaad, bladeren, fruit of insecten. Het lijkt wel of je naar een gereedschapswand in een doehetzelfwinkel kijkt.

Darwin zal zich in Engeland ook wel het hoofd hebben gekrabd vanwege de schildpadden.
Darwin had weinig verschillen tussen deze dieren gezien, maar de afwijkende vormen waar de Spanjaarden over spraken waren intrigerend. Ook hun eetgedrag had de vorm van hun schild veranderd. Schildpadden die hun nek naar boven moeten bewegen, omdat ze van planten en struiken eten, hebben aan de bovenkant meer ruimte in hun schild. De dieren die hun voedsel op de grond vergaren hebben ronde schilden.

Darwin zou nog opgewondener zijn geweest met de huidige kennis: recent genetisch onderzoek heeft uitgewezen dat de landschildpadden van de Galapagos een stamvader hebben.

Voor gedegen onderzoek aan de schildpadden in Engeland was het beschikbare materiaal onvoldoende. Hij en kapitein FitzRoy hadden elk twee kleine schildpadjes meegenomen maar die waren niet volgroeid genoeg voor wetenschappelijk onderzoek. De Beagle had weliswaar ook twintig volwassen schildpadden aan boord genomen maar die werden op de lange tocht over Indische Oceaan verorberd en de schilden waren overboord gegaan.

Tegenwoordig is het helemaal niet gek om als wetenschapper nog eens terug te gaan. Voor Darwin was dat niet mogelijk. De roem van Darwin heeft er niet onder geleden, die groeide gedurende de reis. Zijn brieven en wat hij naar huis stuurde aan specimen werd met grote belangstelling opgewacht. Wellicht ontstond de roem ook omdat Darwin er correspondentie op na hield met belangrijke wetenschappers.

Het is dan ook Darwin geweest die de Galapagos beroemd heeft gemaakt, en niet andersom. Slechts 1,1% van de inhoud van de Origin of Species is gerelateerd aan de Galapagos. [Frank J. Sullowas 'Darwin and the Galapagos', 1983] De 'Darwinvinken' komen zelfs helemaal niet aan bod.

In 1859 verscheen uiteindelijk 'Origin of Species', waarin hij het proces van natuurlijke verandering van levensvormen en een gemeenschappelijke afstamming van het leven beschreef. Het boek ging in binnen- en buitenland over de toonbank als een broodje kaas. De 1.250 exemplaren van de eerste druk waren snel uitverkocht. De wereld was er aan toe.